Eerste les: basis principe patroontekenen.
Doel van deze workshop:
Begrijpen hoe een patroon opgebouwd is en aan de hand van een standaard patroon zelfstandig aanpassingen kunnen maken voor je eigen model.
(wijder, langer, smaller, korter, etc....)
Het patroon wordt gesplitst in 2 delen:
Een half voorpand en een half achterpand.
Een half voorpand en een half achterpand.
Er zij berekeningen voor hoe je de verschillende maten moet verdelen over het patroon.
De maten die gebruikt worden ( voor een rok) zijn:
Lichaamslengte (LL)
Bovenwijdte (BW)
Taillewijdte (TW)
Heupwijdte (HW)
Lengte (L)
Lichaamslengte (LL)
Bovenwijdte (BW)
Taillewijdte (TW)
Heupwijdte (HW)
Lengte (L)
Voor pantalons komen de volgende maten erbij:
Zithoogte (ZH) dit om de hoogte van de taille te bepalen*
Kniewijdte (KW) smalle of brede knie*
enkelwijdte (EW) smalle of brede enkel*
(*afhankelijk van de mode/voorkeur)
Zithoogte (ZH) dit om de hoogte van de taille te bepalen*
Kniewijdte (KW) smalle of brede knie*
enkelwijdte (EW) smalle of brede enkel*
(*afhankelijk van de mode/voorkeur)
Alle berekeningen gaan uit van 1/4 BW, TW, HW, KW, EW
LL wordt gebruikt om de hoogte van de buste en rughoogte (RH), taille hoogte (TH), heuphoogte (HH), kniehoogte(KH) te betekenen.
De lengte van een pantalon wordt gemeten door de binnenbeenlengte (BBL) op te meten.
De lengte van een pantalon wordt gemeten door de binnenbeenlengte (BBL) op te meten.
Als deze maten allemaal gemeten zijn, kunnen we beginnen.